Hondenmens(NHD 19 februari 2011)

 

Afgelopen week moest ik denken aan een
gedicht van de Haarlemse puntdichter Jan
J. Pieterse:'Hondenpoep, ik heb er niks
tegen, zolang er maar een hond omheen
zit'. Treffend als je zoals ik géén honden-
mens bent. Alleen het woord al: 'honden-
mensen'. Van uitgedijde vrouwen die al-
leen van hun kaalgebeten leren bank
afkomen om hun knakworst op vier poot-
jes aan een touwtje door de straat te trek-
ken tot montere lichtgrijzende powervrou-
wen die met groene waxcoats op hoge
rubberen laarzen, vastberaden op hun
fluitjes blazen en 'Max', 'Boender'of
'Does' roepend door het bos stappen. Ikzelf
hoor bij de Ontkenners; mensen die hun
hond uitlaten met een blik van:'Loop ik
met een hond? Nee hoor!' 'Waarom neem
je dan een hond?' Goede vraag... te laat!
Het ging als volgt. Bij mijn Liefde kreeg ik
elf jaar geleden een hond cadeau. Modelle-
tje handtas. Niet mijn vriend, maar ze zou
het toch niet lang meer redden. Werd
natuurlijk 19. Zoon van 5 roept sndsdien
elke dag dat 'ie 'm mist. Houd veel van
zoon. Oké, er komt een hond maar dan nu
een échte in plaats van een levende pantof-
fel. Gezin in euforiestemming. Zoeken op
internet. Ons ras is niet beschikbaar. Kom ik
goed weg. Tot afgelopen zaterdag. Opeens

 

puppy beschikbaar. Puppy wel nogal aan
de diarree. vrouw smelt toch. Zoontje smelt
nog meer. Ik een beetje. Tot volgende dag.
Zie overal poep. Zie mezelf over vijf jaar
als oudste twee kinderen de deur uit zijn,
de jongste op school zit en mijn vrouw
overdag werkt met hond lopen. Zie mezelf
met plastic zakje poep oprapen, in jas
bewaren tot prullenbak, uit jas halen,
verkeerd vastpakken, poep in jas, hand in
poep, hand door haar, poep in haar, overal
poep. Ik krijg het benauwd. Ik zweet. Ik
stik. wat een domme actie; ik bén geen
hondenmens! Ik biecht het thuis op. Hondje
kan nu nog terug... Zal ik het doen? Ik doe
het! Vast beter voor hondje. Bij thuiskomst
Afghaanse taferelen. Jongste zoontje 'haat
mij voor altijd', oudste twee storten in,
vrouw niet boos maar 'verdrietig'...
Schaam me rot. Volgende ochtend al iets
veranderd? Integendeel. Zoontje scandeert
vanuit bed naam hondje. Rest huilt nog
steeds. Als gezin ooit zo verdrietig bij
mijn dood, heb ik het goed gedaan. Voel me
intens schuldig. Hondje mag terugkomen.
Jongste zoontje blij, vrouw houdt van me,
oudste twee springen door huis. Nu week
later, alles rustig. Vind het zelfs stiekem
geinig beest. Moet nu afronden; lopen met
de hond. Plastic zakje niet vergeten.