Stoorhond (NHD 7 augustus 2010)

 

Met poezen kun je het moeilijk hebben. Die van mij hebben de neiging om precies op het moment dat de slaapkamerdeur op een kier staat, de slaapkamer in te glippen, op het bed te gaan liggen en er heel schattig uit te zien. Zo'n wollige innig tevreden spinnende poes, ik heb veel onmenselijks in mij, maar nou net niet dat stukje onmenselijkheid om in zo'n geval te kunnen zeggen 'ksssjt poes, ga weg!'.

Dus, vind ik elke avond bosjes kattenharen op de witte sprei en soms zelfs op mijn hoofdkussen. Ook ligt er wel eens een groenige kledder slijm op mijn bed met een grasspriet erin. Eén van de poezen is zich dan kennelijk te buitengegaan aan biodynamische natuurvoeding, maar bleek tegen zo'n experiment dus toch niet helemaal bestand.

Dat soort dingen heb je met poezen.

Maar dan honden.

‘En toen zag ik ‘m weer op facebook en nu hebben we afgesproken dat we…',

Ik heb een vriendin L. al veel te lang niet gezien. Wij zitten op het strandterras de nieuwste ontwikkelingen uit onze met moderne technologieën doorspekte vrouwenlevens uit te wisselen. Vriendin L. heeft een hond, Broer. Op zich een goeie naam. Het beest ziet er ook wel uit zoals een broer eruit hoort te zien, robuust en betrouwbaar. Broer is een prima hond. Maar wel een hond.

‘Wat heb je nou afgesproken?', vraag ik aan L. Maar L. kijkt naar Broer. Ze draait haar gezicht heel even naar mij ‘huh, ja, oh sorry, wacht even…' Dan buigt ze zich naar beneden waar Broer aan haar voeten ligt. ‘Wat wil je dan Broer? Heb je dorst? Je hebt dorst'.

L. kijkt verwilderd om zich heen. ‘Hebben ze hier drinkbakken? Dat beest sterft van de dorst'. Ik wijs naar achteren en kijk naar Broer die in mijn ogen gewoon relaxed onder de tafel ligt te liggen. Als zijn bazinnetje opstaat, doet hij dat ook, kwispelend. Even later komt L. weer terug. ‘Sjongejonge man, die had een dorst, moet je ‘m zien'. Ik kijk en zie een hond bij een drinkbak staan drinken. ‘Maar vertel nou', zeg ik, ‘dus jij ziet ‘m weer op facebook en toen, wilde hij vrienden met jou worden of jij met hem, wie bevestigde wie, en sturen jullie elkaar privé-berichten of openbaar?'

‘Nee, ik kwam hem tegen op de pagina van H. en toen nodigde ik hem uit en toen…hè shit, dat gaat niet goed daar, die grote drinkt alles op, straks gaan ze vechten'. En daar gaat L. weer, naar Broer. Naast Broer is een flinke labrador komen te staan die zich inderdaad gedraagt alsof hij de toekomstige koning der Nederlanden is en het management heeft over alles wat met water te maken heeft en over drinkbakken in het bijzonder. Maar in mijn beleving maakt Broer hier nu niet direct een punt van. Maar ik kan me vergissen natuurlijk. Ik heb geen hond en ik wil geen hond. Ik wil alleen maar een goed gesprek.

 

Mylou Frencken